Original Posted on 23/01/2009 by bloglions
Ik zal deze week eindigen met een laatste reeks informatie over het onderzoek van Test Aankoop waarover ik je reeds de twee vorige dagen heb onderhouden.
Dit onderzoek publiceert een tabel met interessante cijfers. Bijvoorbeeld : het percentage ontvangsten (subsidies, legaten, verkopen… ), de verdeling van de uitgaven (tussen de eerste missies van elke Vereniging en de administratieve kosten bvb.), en ook de kosten van sommige fondsenwervingen. Het is moeilijk deze cijfers uit hun context te halen, onmogelijk ze allemaal op te noemen. Laten we onthouden dat er talrijke verschillen zijn (Unicef hangt voor 94 % af van privéontvangsten en slechts voor 5 % van publieke subsidies, voor Oxfam is dit ongeveer 50/50, voor Handicap International is dit 31 % (privé) tegen 66 % (publiek), om er slechts enkele te noemen en grote verschillen duidelijk te maken).
We merken ook dat Télévie enkel het totale resultaat van zijn ontvangsten publiceert, zonder enige andere informatie. Test Aankoop zegt uitdrukkelijk hen van niets te verdenken, maar vindt dit gebrek aan transparantie jammer. De organisatoren zouden nochtans zonder problemen transparantie kunnen bieden. ATD Quart Monde krijgt op dit punt weliswaar een eervolle vermelding. Ook de bestuurskosten worden duidelijk vermeld (38 % voor de voedselbanken, 20 % voor 11.11.11, alle andere zweven tussen 10 à 12 % gemiddeld en 0 % voor Les Petits Riens). De kosten van de fondsenwerving worden eveneens geciteerd (tenminste voor sommige Verenigingen, want het blijkt dat deze gegevens niet voor alle Verenigingen beschikbaar zijn). Hier zijn de afwijkingen ook opmerkelijk. De grootste “uitgevers” zijn Unicef en Artsen zonder Grenzen met 3,5 miljoen € (gemiddeld), de meest spaarzame is Enfance et Tiers Monde met minder dan 25.000 €. De kleinste “uitgevers” zullen er fier over zijn zo weinig uit te geven, de grootste “uitgevers” zullen misschien zeggen dat het over een rendabele investering gaat… Ze zullen waarschijnlijk allebei gelijk hebben.
Zulke cijfers zullen hoe langer hoe meer worden bekendgemaakt, gecontroleerd, gepubliceerd… het grote publiek zal hoe langer hoe beter weten wie het grootste percentage van zijn ontvangsten aan zijn eerste doelstellingen besteedt, wie te veel in administratie steekt, wie goed beheert, wie minder goed beheert, welke resultaten behaald werden, enz… met als waarschijnlijk gevolg dat men zal geneigd zijn de “goeie” te belonen (door meer te geven) en de “minder goeie” te straffen (door minder te geven)… Wat niets met de verdiensten van het goede doel te maken zal hebben, maar met de verdiensten van hun beheerders. Om dit te vermijden zal de oplossing er waarschijnlijk in liggen dat zij zich allemaal professionaliseren om van dezelfde competenties te kunnen genieten, het beheer op te waarderen, de afwijkingen kleiner te maken en dit beoordelingscriterium uiteindelijk van de baan te schuiven.
Maar zijn deze cijfers, die ons ertoe brengen een zeker professionalisme op te roepen, het enige criterium waarover we ons moeten bezorgd maken ? Is deze professionalisering, die tot op heden door quasi geen enkele Service Club wordt gevolgd, een goede zaak ? Een slechte zaak ? Een evolutie ? Een noodzakelijk kwaad ? Een hefboom om meer en beter te werken ?
Gearchiveerd onder: Het "sociale" is veranderd