Analfabeten of Dinosaurussen ?

Original posted on 06/02/2009 by bloglions

 Veel van het twintigtal artikelen dat ik je al heb voorgelegd, refereren naar het internet en naar de nieuwe media. Het is waar dat het internet een machtig communicatiemiddel is geworden : eender wie, eender waar kan eender wat in twee of drie klikjes op zijn PC vinden. De internetsite is een uitstalraam, showroom, gespreksplek, visitekaartje, winkel, bibliotheek geworden… en nog veel meer. Je zal trouwens al gemerkt hebben dat sommige ondernemingen hun fysieke adres niet meer vermelden, maar enkel hun electronische adres.

 De informatica heeft ons privé- en beroepsleven radicaal veranderd. Degene die vandaag niet kan jongleren met de basiskantoorinformatica, e-mail, internet en tenminste enkele onvermijdelijke sites (FaceBook, YouTube, enz… ) is een nieuwe sociale gehandicapte, bijna een nieuwe analfabeet.

 Deze radicale veranderingen creëren een volkomen nieuwe situatie in de wereld van het onderwijs. Inderdaad, de jongeren van twintig jaar (en jonger) van vandaag zijn wat Marc Prensky (1) “geborenen uit het numerieke” noemt, t.t.z. personen die de wereld nooit zonder het internet en zonder de nieuwe technologieën hebben gekend. Deze vaststellingen zijn eenvoudig : “de kanteling van de analogische wereld naar een numerieke wereld zal sneller en sneller gaan. De jongeren zullen nooit genoeg krijgen van deze nieuwe technologieën, zodanig dat deze “geborenen uit het numerieke” gelijktijdig leerling en leerkracht zullen zijn. Maar zijn ze dat niet al ? En wat moeten we doen opdat de leerkrachten deze veranderingen in dit universum dat met het verleden heeft gebroken ook zouden kunnen assimileren ?”.

 In een essay, in 2001 online gepubliceerd (dus reeds 8 jaar geleden, “Digital Natives, Digital Immigrants”), stelde hij vast hoezeer de leerlingen van vandaag verschillend waren van hun leerkrachten. Volgens hem “zijn deze jongeren van de allereerste generatie die met de numerieke instrumenten zijn opgegroeid. Sedert hun geboorte hebben zij zich deze “instrumenten”, nl. computers, videospelen, zwerfnumerieken, videocamera’s en numerieke fotoapparaten toegeëigend en ze beheerst. Zij behoren tot de generatie die een wereld zonder Internet, en vooral, zonder Web, niet heeft gekend. Al deze instrumenten maken voortaan deel uit van hun leven. En dat heeft als impact dat deze geborenen uit het numerieke vandaag denken en de informatie assimileren op een heel andere wijze dan wij, eenvoudige immigranten van de numerieke wereld”. Voor deze “geborenen uit het numerieke” spreken de doorgevers van kennis die de leerkrachten zijn een prehistorische taal en hebben een verschillende redeneringswijze die niets meer met hen heeft te maken.

 Ik raad sommige reacties : dit is zeer overdreven, deze Prensky is Amerikaan, wij niet, bij ons is het heel verschillend, het internet is niet alles, enz… enz… Dat is waarschijnlijk waar ! En om enkele argumenten aan te brengen die in dezelfde zin gaan, zal ik aanhalen wat een communicatiedirecteur van Amnesty International zei over zijn operatie via GSM (zie artikel van 3 februari) : “zelfs al zijn er vandaag bijna duizend abonnees, zullen het niet de verzamelde euro’s bij de uitzending en de ontvangst zijn die ons volledig zullen financieren. De “face to face” blijft belangrijk. Het is niet de virale marketing die zal maken dat vrijwilligers kaarsen aan de ingang van winkels zullen verkopen !”.

 Zoals vaak zal de ware toedracht ergens tussen beide concepten liggen, het oude en het moderne. Maar het concept zal niet stoppen, het zal meer en meer naar de moderne concepten gaan.

 Als we deze reflecties terugbrengen tot de bezigheden van onze Service Clubs, kunnen ze storend zijn. Deze jongeren “geborenen uit het numerieke” zijn onze reserve kandidaten, onze aflossing. Met hoeveel “oude” leden zullen deze “nieuwe” kunnen praten over de laatste buzz, hun CV online, Second Life, de RSS van een site raadplegen, een blog aanbevelen of zich vermaken op FaceBook ? Hoe moeten we deze “nieuwen” overtuigen en hen ertoe aanzetten aan te sluiten bij een groep die voor hen misschien uit dinosaurussen lijkt te zijn samengesteld ? Het gaat over een vitale inzet voor de Service Clubs. Denken zij daaraan ? Spreken zij er voldoende over ?

Oorsprong : artikel uit de canadese krant “Le devoir” (in het frans). Klik hier !

(1) http://www.marcprensky.com/

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.