Original posted on 25/03/2009 by bloglions
Amid Faljaoui is de Directeur van de Franstalige publicaties van de Groep Roularta (Trends, Bizz, Le Vif-L’Express, enz… ). Sedert enkele maanden heeft hij op de antenne van Classic 21 (RTBF) een korte economische kroniek. De kroniek van gisteren begon met de titel van mijn artikel van vandaag dat er ook voor een groot deel door geïnspireerd is. Kortom, hij wees erop (rekening houdend met een artikel van de krant La Tribune) dat de crisissen de ondernemingen ertoe dwingen nog beter te worden, te vernieuwen, nieuwe producten te lanceren en dat de periode na de crisissen, en o.a. deze van 1929, verrijkt werden met ontwikkelingen, nieuwigheden, innovaties, wat de economie ten goede kwam. Om even te vermelden (voor de periode na 1929) : nylon, de radar, penicilline…
Wij kunnen niet op dezelfde manier redeneren want onze Service Clubs hebben geen budget “onderzoek en ontwikkeling”, zoals in de kroniek naar voren geschoven werd. Zouden de Service Clubs (in de veronderstelling dat we aannemen dat zij in crisis zijn), niettegenstaande het gebrek aan een budget, zich niet moeten bezighouden met “onderzoek en ontwikkeling” ? Zouden zij niet moeten “onderzoeken” wat in hun “core activity” wordt gedaan en waarmee anderen aanvingen ? Zouden zij hun eigen acties niet moeten evalueren, deze van andere Verenigingen, hun doeltreffendheid vergelijken en de meest performante acties benaderen (ik redeneer hier in het algemeen, dus alle Service Clubs in acht genomen. De andere Verenigingen zijn voor mij dus deze die geen Service Clubs zijn) ? Zouden zij in de “ontwikkeling” zich niet moeten afvragen waarom het zo moeilijk is leden te werven of leden te behouden ? Zouden zij zich niet moeten afvragen wat hen wel of niet aantrekkelijk maakt ?
In de crisisperioden wankelen de zwaksten. Degenen die de moed en de wil hebben om alles even stop te zetten en zich af te vragen wat zij moeten doen om morgen te slagen, zullen meer kans hebben om er bovenop te komen. Misschien moeten de oude recepten worden behouden, misschien moeten ze worden aangepast, misschien moet alles veranderen… Het is in ieder geval door zich de vragen te stellen en te reageren dat men mag hopen te slagen. Leden verliezen of er niet voldoende werven (of ze niet lang behouden) is geen ziekte. Het is het symptoom van de ziekte. Werven om te werven, is het symptoom verzorgen, niet de ziekte. Wat doen wij om de ziekte te verzorgen ??? De juiste vraag is waarschijnlijk niet “hoeveel” (leden behouden of werven), maar “waarom” (waarom zouden nieuwe leden zich aansluiten, wat stellen wij voor, wat verschilt ons van hen, wat doen wij beter, wat maakt dat een persoon zin krijgt om bij ons te komen en bij ons te blijven ???).
De uitdagende vraag van Amid Faljaoui betrof de commerciële maatschappijen… Wij begrijpen wel dat het in feite, analogisch gezien, elke menselijke onderneming (elke menselijke actie) in de brede zin van het woord betreft. Onze Service Clubs zijn voor een groot deel samengesteld door ondernemers, hogere kaders die hun maatschappijen of hun diensten met succes doen draaien. Waarom lijken deze competenties te verdwijnen wanneer zij hun Service Clubs moeten leefbaar maken en doen evolueren ? Als dat wat gisteren werkte geen garantie meer is van wat morgen zal werken, als de commerciële maatschappijen die zullen overleven deze zijn die zich in vraag zullen kunnen stellen en zich aanpassen (hetzelfde geldt voor de Service Clubs), als alles wat niet doodt ons sterker maakt, waarop moeten we dan nog wachten om alle nodige strategische comités op touw te zetten, alle nuttige reflectiegroepen, alle denkbare creatieve cellen om ons eindelijk de juiste vragen te stellen en te trachten er een antwoord op te vinden ? Hebben wij geen ernstige competenties in onze rangen om dit te doen ?
Gearchiveerd onder: De "wereld" is veranderd