In het artikel van vorige dinsdag vermeldde ik zekere acties van Service Clubs die zich (o.a.) onderscheidden door hun hoge deelnamekost. Als het waar is dat het niet veel belang heeft voor het financiële resultaat voor de begunstigde Verenigingen of het voortkomt uit een massale actie aan lage prijzen of uit een kleine groep aan een hoge eenheidsprijs, is dit misschien niet het geval vanuit het standpunt van de Service Clubs bekeken. Ik verklaar mij nader.
Wanneer een Service Club een actie van het type “avant première van een film” of “rally” of… wat dan ook, organiseert, stelt hij een actie voor die financieel voor iedereen toegankelijk is. Wanneer een Service Club een prestigieuze gala-avond aan een hoge prijs voorstelt, is zijn potentieel “cliënteel” van een heel andere aard.
Eerst en vooral is deze “cliënteel” kleiner. Hiermee bedoel ik niet enkel in aantal, maar ik denk ook dat dit type van actie zich per definitie tot een “cliënteel” richt dat al door de Service Club gekend is. Het zijn geïdentificeerde sympathisanten, meestal op naam uitgenodigd. Zelden kruist men er onbekenden. Dit is misschien een eerste probleem: verstikt men zichzelf niet door zich steeds tot eenzelfde publiek te richten ?
Maar het probleem ligt misschien nog elders. Creëert men niet het imago van een voldoende zelf-financierende groep door het imago te creëren van een “welgestelde” organiserende groep die acties voorstelt voor een “welgesteld” publiek ? Creëert men zo niet het imago van een groep die geen geld nodig heeft… vermits hij zou aantonen dat hij er reeds gemakkelijk over beschikt ? Creëert men niet het imago van een groep die niemand… anders nodig heeft ?
Berokkent dit “elitaire” imago schade aan het algemene imago van de Service Clubs of niet ? Of vervalst zij het ? Want uiteindelijk verkeren niet alle Service Clubs (en verre van) in hoge financiële sferen. Raakt het externe publiek niet gemakkelijk in de war ? Raakt de pers niet gemakkelijk in de war ? Zou de pers niet denken dat wij het niet nodig hebben van in de kijker te worden gezet, dat wij het niet nodig hebben dat onze informatie zou besproken worden, dat wij het niet nodig hebben aandacht te trekken… vermits prestigieuze (en dure) activiteiten ondanks alles hun publiek vinden ?
De pers bespreekt informaties over een “doel”, over acties waarvan zij veronderstellen dat zij een echo nodig hebben. Zijn wij “een doel” ? Roepen de dure acties van zekere “welgestelde” Service Clubs niet (stilzwijgend) dat zij niets nodig hebben… ? En het publiek dat de andere clubs trachten te bereiken, en de sponsors die de andere clubs trachten aan te trekken, en de autoriteiten die de andere clubs graag als partner zien, zijn zij door dit imago “besmet” of niet ? Geloven zij dat de meeste clubs hun steun werkelijk nodig hebben ? Of twijfelen zij daaraan ?
Ik beweer niet dat al die dure, prestigieuze acties moeten afgeschaft worden, of dat de “welgestelde” organiserende clubs tot een “gemeenschappelijke noemer” moeten herleid worden… Niets zegt ons trouwens welke richting wij best inslaan. Want misschien vinden degenen die liever op een hoger financieel niveau handelen dat de “populaire” acties van bepaalde clubs niet met hun zienswijze overeenstemmen, misschien zelfs een handicap zijn. Ik stel (mij) gewoon de vraag hoe we moeten communiceren, hoe we een algemeen imago van de Service Clubs, dat onze doeltreffendheid en onze werving kan verbeteren, moeten vernieuwen, wanneer de lokale clubs zo heterogeen zijn, zo verschillend in wat zij zijn, wat zij doen en wat zij voorstellen…
Verschillen zijn een rijkdom wanneer men ze verstandig kan uitspelen. Er is geen enkele reden dat dit niet op de Service Clubs zou kunnen worden toegepast. Maar hoe moeten we dit doen ?
Gearchiveerd onder: Het "sociale" is veranderd