Ik heb je « France Générosité » al voorgesteld, een soort van Franse federatie van Verenigingen in het domein van de solidariteit, het caritatieve, het humanitaire… Deze Vereniging van de Verenigingen is een instrument ten dienste van de Verenigingen, dat bijvoorbeeld gemeenschappelijke budgetten voor mediacampagnes of voor de organisatie van reflectiedagen promoot. Hier zie je nog maar eens concrete elementen van de evolutie van de sector: de professionalisering, het optimale beheer, het streven naar doeltreffendheid, de obsessie om de resultaten te verbeteren. Deze Verenigingen hebben zich, tijdens de vier nationale dagen van de generositeit, zoals elk bedrijf dat nieuwe klanten wil werven, afgevraagd hoe zij nieuwe schenkers kunnen vinden. Vandaag spreek ik je over het onderzoek over dit onderwerp dat hieruit is gesproten.
Het gaat over een onderzoek, door MediaPrism Group geleid, die een partner is van France Générosité, bij een steekproef van 2900 Fransen van 25 jaar en ouder, “online” tussen 29 oktober en 3 november 2009 gerealiseerd (het is dus zeer recent !) om de “niet-schenkers” beter te leren kennen en hun redenen te begrijpen.
Blijkt dat 30 % toegeven nooit geld te geven bij geen enkele gelegenheid en voor geen enkele begunstigde, waaronder 17 % als onvermurwbaar, die nooit van mening zullen veranderen, kunnen worden beschouwd. Bijna twee derden van de niet-schenkers daarentegen zouden een gifte doen indien zij plots over een grote som geld zouden beschikken (erfenis, loterij… ). Wij noteren toch even dat de quasi totaliteit van de niet-schenkers (90 %) het nut van de Verenigingen en Stichtingen erkennen. Hun redenen om geen geld te geven zijn, in volgorde, de volgende: hun twijfel over het goede gebruik van de ingezamelde giften (87 % van de 30 % van de niet-schenkers), het gebrek aan beschikbaar geld om te geven (76 %), het verkiezen van de naaste familie voor iedere vorm van hulp (70 %).
58 % van de niet-schenkers zouden van mening veranderen en zouden een gifte doen in twee bepaalde gevallen: indien de begunstigde Verenigingen over het gebruik van de fondsen zouden communiceren of over de aangekondigde projecten of indien het om een Vereniging ging waarvan het goede doel hen persoonlijk (of hun familie) zou raken.De niet-geldschenkers zijn niet automatisch niet-schenkers in het algemeen. 81 % van hen verklaren inderdaad kleren te geven, voorwerpen, voedsel (88 % bij de schenkers) en 22 % van hen doen vrijwilligerswerk (32 % bij de schenkers).
Hieruit kunnen we besluiten dat er nog een waardevolle marge van vooruitgang is in de geldgiften, mochten de Verenigingen beter communiceren en transparanter zijn.
Buiten deze cijfers is het hele verloop interessant. Verenigingen denken tezamen (bijna wetenschappelijk) na over hun werking, over hun resultaten. Zij aarzelen niet om zich te groeperen om campagnes of studies te financieren waaruit zij nadien individueel voordeel zullen trekken. Integendeel, zij vinden in deze samenwerking middelen, ideeën, instrumenten, meer kracht om beter te doen dan wat zij reeds doen.
In mijn artikel van 23 juni (vertaald en gepubliceerd op 27 september) zei ik al dat geen enkele Service Club met France Générosité verbonden is. In België heb ik nooit geweten dat een Service Club zich duurzaam aan andere zou willen verbinden, competenties of een budget delen, studies of reflectie. Noch onderling tussen Service Clubs, noch tussen Service Clubs en andere Verenigingen. Waarom ? Omdat het ons aan strategie op middellange termijn ontbreekt ? Omdat niemand erover heeft nagedacht ? Omdat niemand geïnteresseerd is ? Omdat ons collectief ego er ons van weerhoudt ? Omdat het nooit werd gedaan ? Omdat we er niets zouden bij winnen, maar enkel zouden bij verliezen ? Jammer… of niet ?
Gearchiveerd onder: Het "sociale" is veranderd